Utrecht,
05
juni
2013
|
12:14
Europe/Amsterdam

Joris veel grotere kans op sollicitatiegesprek dan Rashid

Een werkzoekende met een Nederlandse naam heeft 60% meer kans op een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek dan een werkzoekende met een Arabische naam. Dat is een van de conclusies die sociologe Lieselotte Blommaert in haar proefschrift trekt na onderzoek naar discriminatie bij sollicitaties via online cv-databanken. Blommaert promoveert op 10 juni aan de Universiteit Utrecht.

Lieselotte Blommaert, sociologe bij de Universiteit Utrecht
Anoniem solliciteren zou kunnen zorgen voor meer gelijke kansen tussen allochtone en autochtone sollicitanten.
Lieselotte Blommaert, sociologe bij de Universiteit Utrecht

In haar veldexperiment maakte de Utrechtse sociologe gebruik van de procedure waarbij werkzoekenden hun cv op internet plaatsen, waarna geïnteresseerde werkgevers contact met hen kunnen opnemen. Blommaert: “Daarbij moet opgemerkt worden dat bij de cv-sites in eerste instantie meestal weinig informatie wordt verschaft over de werkzoekende. De naam is bijvoorbeeld zichtbaar, die natuurlijk de etniciteit onthult. Pas na te hebben geklikt op de werkzoekende, is het gehele cv te lezen is.” De promovenda plaatste op websites cv’s van fictieve werkzoekenden met vergelijkbare kwalificaties. Het ene cv ging evenwel gepaard met een typisch Nederlandse naam, het andere met een typisch Arabische naam. Ze noteerde vervolgens het aantal keer dat de verschillende cv’s werden opgevraagd, en hoe vaak een werkzoekende in een volgend stadium werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek.

Discriminatie
Uit haar experiment blijkt dat het cv van werkzoekenden met een Arabische naam veel minder vaak wordt opgevraagd dan het cv van werkzoekenden met een Nederlandse naam. “Nederlandse namen maken meer kans op de interesse van werkgevers. Met andere woorden: Joris heeft 50% meer kans dan Rashid dat zijn cv wordt opgevraagd.” De kans dat een werkzoekende met een Nederlandse naam uiteindelijk wordt benaderd door een werkgever is nog iets groter: 60%. Deze vorm van arbeidsmarktdiscriminatie, zo stelt Blommaert, is wijdverspreid. “Het gebeurt in alle onderzochte regio’s, in alle onderzochte sectoren. En het overkomt de allochtonen ongeacht hun sekse, hun opleidingsniveau of hun leeftijd.”

Niet altijd kwade opzet
In haar proefschrift schrijft de Utrechtse promovenda dat zowel bewuste als onbewuste processen een rol spelen bij deze vorm van discriminatie op de arbeidsmarkt. “Ook onbewust negatieve beelden die werkgevers hebben van allochtonen leiden tot discriminatie. Er is dus niet altijd sprake van kwade opzet bij de werkgever. Bewustwording van mogelijke discriminatie is dan ook van groot belang.”

Anoniem
Een mogelijke oplossing voor deze vorm van discriminatie ligt naar het idee van Blommaert voor de hand: “Anoniem solliciteren zou kunnen zorgen voor meer gelijke kansen tussen allochtone en autochtone sollicitanten. Dus bij de eerste beperkte informatie die op cv-websites te zien is, niet de naam van de werkzoekende plaatsen.”

Deel deze release

Laatste nieuws